› ABP premiestijging 2016 wordt (grotendeels) gecompenseerd

ABP premiestijging 2016 wordt (grotendeels) gecompenseerd

Zoals we hadden aangekondigd heeft op 28 januari het ABP-bestuur de invoering van een opslag van 1% op de pensioenpremie definitief gemaakt. ABP voert deze opslag per 1 april 2016 door. De opslag is nodig, omdat de financiële positie van ABP eind december niet voldoende was.

Naast de kosten was ook de dekking van deze premiestijging van belang. In het loonruimteakkoord zijn afspraken gemaakt die niet overeind kunnen blijven wanneer het Kabinet deze (onverwachte?) tegenvaller niet compenseert.

 

Verlaging van de pensioenen is in 2016 nog niet aan de orde.

Op 28 januari heeft het ABP-bestuur de invoering van een opslag van 1% op de pensioenpremie definitief gemaakt. ABP voert deze opslag per 1 april 2016 door. De opslag is nodig, omdat de financiële positie van ABP eind december weer niet voldoende was. Verlaging van de pensioenen, het laatste redmiddel voor fondsen om de financiële positie te verbeteren, is in 2016 niet aan de orde.


Het kabinet compenseert de premieopslag ABP
Het kabinet compenseert de pensioen-premieopslag die het ABP per 1 april van dit jaar doorvoert, zo heeft de ministerraad besloten. De sectorraden in het onderwijs hadden hierom gevraagd, omdat de onverwachte premiestijging een integrale uitvoering van het loonruimteakkoord onmogelijk maakte.


Afgelopen zomer was in die loonruimte-overeenkomst een loonsverhoging afgesproken van 5,05%. Voorwaarde daarbij was dat er geen premie-opslagen zouden worden geheven. Eind januari besloot het ABP-bestuur echter alsnog om per 1 april een premieopslag van 1% te heffen. Hiermee kwam de loonsverhoging voor 2016 in gevaar. Met het kabinetsbesluit deze premieopslag te compenseren, is een belangrijk struikelblok in het cao-overleg weggenomen.


Nieuwe cao’s:
Voorafgaand aan het besluit tot premieopslag per 1 april is de pensioenpremie per 1 januari van dit jaar op 17,8% (in plaats van de verwachte 17,4%) uitgekomen. Dit verschil is het gevolg van de renteontwikkeling en de uitkomst van grondslagenonderzoek (waarbij er onder andere een inschatting wordt gemaakt van de levensverwachting). Dit resulteert voor het VO in een tekort van ongeveer 0,15% van de loonsom, dat niet door het kabinet gecompenseerd wordt.


Dat probleem speelt ook in het primair onderwijs, maar daar ligt nog een andere kwestie die eveneens te maken heeft de Wet werk en zekerheid: het ketenbeding waardoor het vervangen van zieke leerkrachten complexer wordt. Met de bonden wordt gesproken over de mogelijkheden om in de cao flexibele inzet van vervangers op te nemen.
Dinsdag 16 februari is het overleg voor de cao VO hervat.

De PO-Raad hoopt in de loop van maart duidelijkheid te geven over de uitkomst van de gesprekken met de vakbonden.

http://www.vosabb.nl/kabinet-compenseert-loonsverhoging-uit-gevarenzone/